Advertisement

Hoe ‘slim’ is slim? Een sarcastische gids voor digitale ascese

Er is niets zo verfrissend als wakker worden met drieëntwintig notificaties die je liefdevol herinneren aan alles wat je gisteren al negeerde. We noemen dit vooruitgang: apparaten die ons leven vereenvoudigen door het te compliceren. De toekomst is hier, en ze wil dat je je wachtwoord wijzigt.

De app die je leven redt (morgen, echt waar)

Elke week verschijnt er een app die belooft je productiviteit te verdubbelen, je slaap te verdiepen en je ziel te synchroniseren met de cloud. Vandaag is het een focus-tool die je telefoon vijf minuten stil houdt. Morgen is het een AI-assistent die de vorige AI-assistent managet. Overmorgen herinnert een smart-mok je eraan water te drinken, maar alleen als je maandabonnement actief is. Gezondheid heeft nu een inlogscherm.

Pushnotificaties: de polaroid van paniek

De ping is de nieuwe hartslag. Of beter: de metronoom van moderne angst. Je werkmail pusht, je kalender pusht, je koelkast pusht een firmware-update zodat hij eindelijk ‘contextbewust koelt’. Je reageert overal op, en op niets. Stiltemodus is tegenwoordig een lifestyle, net als oordoppen, weekend-retreats en het klassieke plan om ‘na de vakantie echt anders te gaan leven’.

De slimme waterkoker die advies geeft

We lachen om de waterkoker die je vertelt dat 70°C optimaal is voor groene thee, terwijl hij ondertussen je contactlijst doorverkoopt zodat je ‘gepersonaliseerde theemomenten’ krijgt. Maar zeker, zet vooral je huis op een mesh van draadloze hoop. Als het internet uitvalt, kun je nog altijd traditioneel koken: met lucifers, instinct en de onwankelbare smaak van ironie.

Minimalisme, maar dan maximalistisch

Digitale minimalisten hebben tegenwoordig drie to-do-apps nodig om niets te doen. Eén om taken te verzamelen, één om ze te herformuleren, en één om de schuld te loggen wanneer het weer niet lukte. Natuurlijk heet het ‘intentional living’. De intentie is helder; het leven is druk bezet.

Meetbaarheid als religie

Wat we niet kunnen meten, vertrouwen we niet. Dus meten we alles: stappen, slaap, stemmingen, zuchten. De grafieken worden mooier, de dagen niet per se. Maar geef de mens een dashboard en hij noemt chaos ineens data. Als het lijntje stijgt, voelt het alsof we omhoog gaan. We vergeten dat sommige bergen pixels zijn.

Misschien is de truc niet om nóg slimmer te worden, maar om te durven dom doen: één scherm minder, één ping uit, één wandeling zonder podcast. Niet omdat je dan productiever bent, maar omdat je je herinnert dat aandacht een plek is, geen app. De wereld klinkt verrassend helder wanneer niets je voortdurend vertelt hoe helder ze klinkt.