Er is een religie zonder heiligen, zonder koor, maar met pushmeldingen: efficiëntie. Iedere ochtend bidden we tot de gezegende todo-lijst, laten ons zegenen door kalenders die naar ons blaffen en beëindigen de dag met dashboards die ons vertellen dat we nog steeds te langzaam leven. Tijd besparen is de nieuwe status; we zijn allemaal miljonair in microseconden, al valt er gek genoeg niets mee te kopen behalve nog meer microtaken.
Efficiëntie als levensdoel
We meten alles wat beweegt, en als het niet beweegt, krijgt het een reminder. De meeting heeft een agenda, de agenda heeft een meeting, en ergens in de bijlagen ligt je concentratie te slapen. Het ideaal is glashelder: alles sneller, scherper, strakker, totdat het leven zelf in een spreadsheet past en je emoties als kolom B decoratief naast de KPI’s bungelen.
Het wonderlijke is dat de beloning zelden komt. Voor elke minuut die we “besparen”, zetten we er drie aan managementlaagjes voor terug. De echte kunst blijkt niet werken, maar werk simuleren met het theater van productiviteit: tabbladen opensperren als pauwenveren.
De app die je redt (behalve jezelf)
Vandaag is er weer een nieuwe app die je leven herstructureert totdat je eindelijk niets meer voelt. Met AI, natuurlijk, want wie wil nog menselijke keuzes maken als een algoritme ook kan zuchten? Je taken krijgen prioriteitsscores, kleurtjes en grafieken. Het enige dat ontbreekt is een knop “Doe het voor mij”. En toch, vreemd genoeg, blijft de afwas staan en je manuscript ongeschreven.
Data tot op de gram
We tracken slaap, stappen, slokken water en vermoedelijk straks ook gedachten per decibel. We noemen het inzicht, maar het is vooral ruis in een strak pak. Je hartslag is netjes, je hoofd niet. De meetlat troost met cijfers en vergeet de vraag: waarom wilde je dit ook alweer allemaal doen?
De KPI van je leven
Als je geluk afhankelijk is van grafiekgroen, ben je overgeleverd aan de grillen van de y-as. Een dag met omwegen geldt als verlies, terwijl juist daar de verhalen wonen. Het probleem met optimalisatie is simpel: het zet menselijkheid in de uitverkoop als inefficiënt bijproduct.
Waarom stilstand voelt als verraad
We verwarren rust met schuld. Een middag niets doen klinkt als sabotage. Maar zonder leegte wordt elk idee een echo in een stalen vat. Stilstand is geen defect; het is de parkeerplaats waar betekenis instapt.
Misschien is de radicaalste productiviteit wel deze: iets trager, iets rommeliger, iets minder grafiek en iets meer geworstel dat nergens in past. Ruimte scheppen waar geen app voor is en geen scherm om dapper in te verdwijnen. Efficiëntie is nuttig, zeker, net als bestek; maar niemand noemt het diner geslaagd omdat de vork zo goed presteerde.


















