Zoetermeer kreeg zaterdagavond weer eens een herinnering dat “rustig weekend” tegenwoordig een nostalgische term is. Op de Van Leeuwenhoeklaan, ter hoogte van de Dunantstraat, klonk geen brommer met open uitlaat, maar een ontploffing die meerdere auto’s en een flatgevel overtuigde van hun eigen kwetsbaarheid. Meerdere gewonden, één persoon naar het ziekenhuis. En wij? We doen wat we altijd doen: ramen tellen, filmpjes delen, en vervolgens ironisch mompelen dat het ‘gelukkig geen vuurwerkseizoen’ is.
Een avondwandeling met extra decibellen
De politie hield dezelfde avond een 35-jarige man uit Exloo aan. Of hij ook het script schreef, weten we nog niet; het onderzoek loopt en de schijnwerpers staan op getuigen. Zo gaat dat in het hoofdstuk ‘Openbare Orde in 2026’: eerst de dreun, dan de dronebeelden, en tot slot de speurtocht in de buurt-WhatsApp waar iedereen alles heeft gezien, behalve het relevante detail.
Ondertussen staat de stad in haar vertrouwde rol: de stoep verstrooid met glas alsof het confetti is voor een feest dat niemand bestelde. Auto’s met kapotte ruiten, een gevel die nu meer verhaal heeft dan de meeste gevels zouden willen, en bewoners die ineens weten hoe snel blauw en rood licht kan flikkeren.
De stille helden: glaszetters en verzekeraars
We spreken graag over ‘helden in uniform’, en dat terecht. Maar kijk ook eens naar de glaszetter die op maandagochtend vroeg met koffie en noodglas arriveert. De verzekeraar die dreunt in de telefoon wachtmuziek als een tweede explosie. Administratieve puinruimers, zonder sirene, met een nietmachine. Het verhaal van de stad wordt net zo goed geschreven in callcenters en werkplaatsen, als op de afzetlinten.
Getuigen gezocht, maar graag met geheugen en tijdstempel
De politie vraagt om getuigen. Graag mensen met ogen, oren, en een telefoon die iets anders heeft vastgelegd dan een trillende close-up van hun eigen schoenen. Dashcam-beelden, deurbelcamera’s, een notitie van tijd en richting: de kleine feiten die een groot verhaal temperen. Want nieuwsflitsen zijn leuk voor de timeline, maar bewijslast houdt vreemd genoeg niet van filtertjes.
En dan blijft de vraag hangen: hoe zijn we zo behendig geworden in het opruimen van iets wat nooit had mogen gebeuren? Misschien omdat we dat vaker doen dan we willen toegeven. We professionaliseren in het repareren, terwijl we nog wachten op het meesterwerk: voorkomen. Tot die tijd oefenen we ons in kalm blijven, koffie zetten en scherp kijken. Niet omdat paranoia zo productief is, maar omdat waakzaamheid nog steeds goedkoper is dan een nieuwe gevel. Wie iets zag zaterdagavond? Deel het. Wie niets zag? Blijf kijken. Niet uit angst, maar uit beleefde koppigheid richting de realiteit.


















