Er is weer een persmoment geweest, en dus is de wereld officieel gered. Tenminste, zo klonk het tussen het plexiglas, de PowerPoint-glans en de zweetvrije glimlach van mensen die vaker microfoons zien dan burgers. De ‘doorbraak’ — strategisch vaag, technologisch magisch, budgettair elastisch — belooft alles tegelijk: transparantie, efficiëntie, duurzaamheid, en, waarom niet, vrede op aarde. Dat het plan bij nadere lezing vooral bestaat uit buzzwords die elkaar bijten, is slechts een detail dat we met een strik eromheen ‘roadmap’ noemen.
De beloftefabriek draait weer
We kennen het ritueel: eerst een teaser, dan een proefballon, vervolgens een pilot die per definitie “veelbelovend” is, en daarna een rollout die net zo traag is als een maandagmorgen. De tekst blijft hetzelfde: “We luisteren naar de zorgen,” “We nemen iedereen mee,” “We doen dit samen.” Intussen krijgen we dashboards vol KPI’s die vooral meten hoe goed het persbericht gelezen is. De werkelijkheid past zich wel aan — desnoods in de volgende update.
Details? Die komen later
Op vragen over randvoorwaarden volgt het bekende choreografeerde mistgordijn. Budget? “Binnen bestaande kaders.” Impact? “We monitoren real time.” Risico’s? “Innovatie ís risico.” De cijfers zijn voorlopige indicaties, de indicaties zijn richtinggevend, en de richting is, toeval, precies waar de camera op staat. Als iets fout gaat, heet het een leerervaring; als iets lukt, was het natuurlijk de bedoeling. Het enige wat nooit tijdelijk is, zijn de tijdelijke maatregelen.
De burger als decorstuk
Er komen participatieavonden met koffie die smaakt naar nostalgie en vragenlijsten die geen ruimte laten voor antwoorden. “Stakeholders” worden zorgvuldig geselecteerd uit mensen die al akkoord waren voordat ze werden uitgenodigd. Het woord “transparant” valt zo vaak dat je zou zweren dat het glas van het gemeentehuis spontaan ontkleurt. En wie kritisch is, krijgt een taskforce, oftewel: we parkeren uw punt professioneel.
De prijs van het momentum
Waar de kosten precies landen, blijft een verrassing die niemand wil bederven. Consultants spreken vloeiend PowerPoint; leveranciers fluisteren “proof of concept” alsof het een spreuk is; bestuurders herhalen “urgentie” totdat de rekening vanzelf normaal lijkt. Ondertussen wordt het publieke geheugen uitgegumd door nieuwsberichten die elkaar verbruiken. Wie terugbladert, ontdekt vooral déjà vu met een nieuw lettertype.
Misschien is het echte wonder niet de techniek, maar het vermogen om dezelfde belofte telkens als primeur te verkopen. We zouden bijna vergeten dat vooruitgang niet klinkt als een tagline, maar ruikt naar werkplaats en kijkt onhandig uit de ogen. Als er straks weer een lintje wordt doorgeknipt, luister dan naar de stilte tussen de zinnen: daarin hoor je of het plan een toekomst heeft, of alleen een podium.


















