Breaking: er is iets groots gebeurd, volgens mensen die er professioneel belang bij hebben dat het groot klinkt. Een “historische doorbraak”, “meer duidelijkheid”, “een stevig pakket maatregelen” — op papier zo dik als een etiket. Cijfers? Later. Deadline? Na de evaluatie van de werkgroep, die binnenkort zal worden samengesteld door een commissie die nog in oprichting is. Het is geruststellend om te weten dat de toekomst wederom perfect is geregeld in de toekomende tijd.
Het mirakel van de lege belofte
Wat ooit een aankondiging heette, is nu een stijlfiguur: men communiceert meer woorden dan betekenis. Een woordvoerder rolt een zinnenlint uit — zorgvuldig, glanzend, en vooral eindeloos — en onthult vervolgens een doos vol echo’s. “We nemen dit zeer serieus,” klinkt het, terwijl niemand durft te vragen wat “dit” precies is. Het publiek knikt beleefd. De media knippen de quotes, schikken ze als bloemen, en we hebben weer een bos retoriek op de salontafel staan. Ruikt heerlijk, voedt niets.
Transparantie met de gordijnen dicht
Transparantie is het nieuwe rookgordijn. Er zijn dashboards, factsheets, interactieve grafieken die schitteren als kerstballen: verlicht, decoratief en elk moment te hergebruiken. Ondertussen blijft de kern verborgen onder drie lagen “context”. Als iemand vraagt naar onderliggende aannames, verschijnt er een zeldzaam dier: de verwijzing naar “complexiteit”. Complexiteit, de ultieme stopknop, het semantische noodrempje waarmee elke echt lastige vraag keurig de berm in wordt geleid. Hoe comfortabel dat we het allemaal “samen” gaan doen, zolang niemand precies hoeft te zeggen wie, wanneer en met welk budget.
De kunst van niets zeggen
Er is vakmanschap voor nodig om paragraaf na paragraaf te vullen zonder per ongeluk concreet te worden. Men spreekt in modulaire zinnen: “we blijven inzetten op”, “we werken toe naar”, “we borgen en versterken waar nodig”. Werkwoorden zonder werk. Het is beleid als IKEA: je krijgt een zak losse schroeven en een optimistische handleiding, maar de ontbrekende plank komt in een latere levering. Intussen staat het prototype wankel te pronken op het podium, geflankeerd door slogans die net iets harder glimmen dan de realiteit.
Misschien is de grootste innovatie wel de beheersing van verwachtingsmanagement: de kunst om de lat zo hoog te hangen dat niemand opmerkt dat er geen aanloopbaan is. We applaudisseren voor de belofte van een plan, en noemen het vooruitgang. En morgen, als de mist is opgetrokken en de cijfers nog steeds onderweg zijn, noemen we het weer historisch — omdat herhaling het dichtstbijzijnde is dat we hebben bij inhoud.


















