Advertisement

Groot Nieuws, Kleine Lettertjes: de kunst van veel beloven en weinig veranderen

Er is weer iets baanbrekends aangekondigd. Tenminste, dat was de belofte, verpakt in een glanzende persconferentie met het morele gewicht van een staatsceremonie en de inhoudsdichtheid van suikerspin. De headlines jubelden, de sociale media juichten, en ergens in een pdf op pagina 47 lag de echte boodschap verstopt als een bescheiden voetnoot die niet wilde opvallen.

De choreografie van het momentum

Het draaiboek is beproefd: eerst de superlatieven, dan de grafieken, vervolgens de foto met de ferme handdruk. De cijfers? Flexibel genoeg om op elk feestje te passen. Wat niet wordt gezegd, zegt meer: dat het ‘per direct’ eigenlijk ‘pilot’ betekent, dat ‘transparantie’ een synoniem is voor ‘we communiceren later’, en dat ‘historisch’ vooral verwijst naar hoe snel we dit straks weer vergeten.

Feiten die fluisteren, claims die schreeuwen

Feiten zijn introvert. Ze hebben stilte nodig, context, nuance. Claims hebben alleen een microfoon nodig. En dus schuiven we percentages als confetti over het podium, terwijl randvoorwaarden, uitzonderingen en mitsen hun eigen stille optocht houden langs de randen van het document.

De magische KPI’s

KPI’s zijn de tarotkaarten van de beleidstaal: ze voorspellen precies wat je erin wilt lezen. ‘Impact’ groeit, ‘efficiëntie’ versnelt, ‘kosten’ dalen — althans, na herdefinitie. Want wie de teller verandert, verandert vanzelf de uitkomst. Het heet professionalisering, maar het lijkt verdacht veel op creatief boekhouden voor gevorderden.

De voetnoot als hoofdact

Daar is-ie dan: de kleine letters die groot zijn in gevolgen. Voorbehouden, faseringen, evaluatiemomenten: een zorgvuldig gestapelde Jenga-toren van voorzichtigheid. Niemand liegt; men optimaliseert alleen de volgorde waarin waarheden worden gepresenteerd.

Het applaus, de echo en de stilte

De communicatie werkt, want ze is niet gemaakt om te informeren, maar om te voorkomen dat je vragen stelt. De krantenkolommen vullen zich, de talkshows knikken, en intussen leert het publiek opnieuw een les in mediageletterdheid: luister niet naar de trom; luister naar de pauzes tussen de slagen. Wie door de glans heen kijkt, ontdekt dat het nieuwe vaak hetzelfde is in een andere verpakking — een rebranding van het bekende, gephotoshopt tot overtuiging.

Misschien is dat de echte vooruitgang: dat we sneller doorhebben waar de rook vandaan komt, en waarom er spiegels staan. Niet om cynisch te worden, maar om het gereedschap te herkennen. Zodat, wanneer de volgende ‘doorbraak’ binnenmarcheert met fanfare en confetti, we alvast weten waar we moeten kijken: naar de voetnoot die fluistert wat de fanfare verzwijgt.