Er was weer zo’n grote aankondiging, het soort dat een nieuw tijdperk belooft met de flair van een teleshoppingpresentator en de inhoud van een lege verpakking. We kregen een zorgvuldig georkestreerde scène: strak licht, nauwgezet gekozen woorden, en vooral heel veel stilte tussen de regels. De boodschap was helder: er wordt iets gedaan — wat precies, dat blijft een verrassing, zoals een cadeautje dat je nooit mag uitpakken. Maar wees gerust, er zijn plannen, raamwerken, trajecten, en andere woorden die harder werken dan de maatregelen zelf.
De kunst van het niets zeggen
Het talent van deze tijd is communiceren zonder in de buurt te komen van betekenis. Zinnen worden gevlochten tot een warme deken van geruststelling, waarin elk detail verdampt zodra je het wilt beetpakken. ‘We luisteren’, ‘we evalueren’, ‘we zetten stappen’ — werkwoorden die zich gedragen als mist: ze zijn er, tot je erdoorheen grijpt. Journalisten stellen vragen, antwoorden applaudisseren terug. Iedereen gaat naar huis met een gevoel van vooruitgang, alsof het applaus zelf al beleidsimpact heeft.
Transparantie zoals een mistbank
Er werden cijfers genoemd, natuurlijk. Cijfers die niets ontkennen en niets bevestigen, grafieken die stijgen, dalen en vooral draaien. Context wordt serveersuggestie, nuance is extra bijbetaling. Voor de liefhebbers was er nog een verwijzing naar ‘komende details’, die — net als de horizon — altijd precies daar blijven waar je ze niet kunt aanraken. Transparantie is tegenwoordig een doorschijnende muur: je ziet beweging, je hoort gezoem, maar wie de schakelaars bedient, blijft een schaduw.
Het applausmachine
Op sociale media klonk de voorspelbare fanfare: de ene helft riep historicuswaardige verandering, de andere helft riep doem en verderf. Ondertussen scrollde het publiek voorbij, moe van headlines die klinken als cliffhangers zonder aflevering. Analisten vulden airtime met woorden als ‘gamechanger’ en ‘keerpunt’, omdat zuurstof ook wat vulling nodig heeft.
Intussen fietst het beleid op een hometrainer: veel beweging, nul kilometers. Rapporten worden gewassen, gestreken en teruggehangen in de kast, klaar voor de volgende fotomomenten bij daglichtneutrale gordijnen. En iedereen knikt beleefd.
Misschien is het eerlijker om toe te geven wat we zagen: een zorgvuldig verpakte pauzeknop, gemodelleerd als vooruitgang. Dat is geen misdaad, hooguit een gewoonte. Maar gewoonten zijn hardnekkig — zeker als ze beloond worden met camera’s en quotables. Wanneer iemand straks echt iets zegt, hoor je het meteen; het klinkt dan vreemd, oncomfortabel en concreet. Tot die tijd volstaat het om de stilte tussen de alinea’s te lezen, waar de waarheid zich doorgaans schuilhoudt, geduldig wachtend tot iemand het licht eens aandoet.


















