Er is weer nieuws dat onze harten sneller doet slaan: een grootse aankondiging die tegelijk revolutionair, haalbaar en compleet kosteloos zou zijn. Behalve dan de kleine lettertjes, die groter zijn dan het plan zelf. De persconferentie had alles: zelfverzekerde frons, overtuigende handgebaren en een PowerPoint waarin pijlen zowel omhoog als omlaag wezen — vooruitgang, maar dan met een nostalgisch remspoor. We werden geacht te klappen. We klapten. We waren tenslotte uitgenodigd om te geloven, niet om te begrijpen.
De grote aankondiging
Het nieuwe beleid — noem het visie, strategie of een dappere poging tot gezellig management — belooft snelheid. Meteen. Onmiddellijk. Zodra de werkgroep een verkenning is gestart naar de haalbaarheid van het voorbereiden van een plan. Het is de soort daadkracht die je alleen aantreft in agenda’s: indrukwekkend in woorden, weinig in kilo’s. Maar hé, de slides glommen en de termen klonken stoer. Wie heeft bewijs nodig als je zinnen hebt die eindigen in ‘voor iedereen’?
De cijfers (die er niet zijn)
Natuurlijk zijn er cijfers. Tenminste, er zijn placeholders waar cijfers zouden kunnen wonen, als ze niet zo verlegen waren. Kosten: nader te bepalen. Baten: aanzienlijk, vooral communicatief. Risico’s: beheersbaar, zolang niemand ze benoemt. We kregen een grafiek met stijgende lijnen en geruststellende kleuren, het visuele equivalent van thee met honing: warm, zoet, en volledig ineffectief tegen feiten.
De applausmachine
De gebruikelijke koorpartij volgde. Experts die op commando ‘interessant’ zeiden, brancheclubs die ‘constructief’ mompelden, en opiniemakers die alvast een ‘maar laten we ook de kansen zien’ klaar hadden liggen. Het publiek filmde het met opgeheven telefoons, want niets zegt ‘historisch moment’ als 10.000 identieke video’s van dezelfde lege belofte.
Wat blijft hangen
Dat we opnieuw verwarren wat wordt gezegd met wat gebeurt. Woorden zijn goedkoop, vooral wanneer ze worden afgerekend op de afdeling communicatie. Beleidsdoelen zijn een beetje als detox-thee: je voelt je deugdzaam als je het koopt, en daarna ga je gewoon weer koffie drinken.
Misschien is dat de kern van onze tijd: we leven in een mondiale pitch, een eindeloze proefpresentatie waarin de toekomst altijd net achter de volgende dia schuilt. Tot die tijd blijven we naar pijlen kijken die zowel stijgen als dalen, naar beloftes die tegelijk urgent en uitstelbaar zijn. En we applaudisseren, uit gewoonte of hoop, voor het plan dat alles oplost — zolang het maar niet hoeft te botsen met de realiteit.


















