Maandagavond knalde het aan de Gershwinrode in Zoetermeer, een straat die normaal vooral bekendstaat om stille hondentochtjes en recycling die niemand op tijd buiten zet. Een explosie, zeggen we officieel; een luide herinnering dat normaliteit hier een flexibel begrip is. De politie zoekt getuigen, wat in praktijk betekent: iedereen die niet precies op dat moment de vaatwasser aan het uitruimen was, graag even naar buiten kijken met terugwerkende kracht.
De stilte na de knal
Wat volgt na zo’n dreun is dezelfde choreografie als altijd: sirenes die gillen, lint dat fladdert, camera’s die hunkeren naar context. Buurtapps exploderen mee, al dan niet met capslock, terwijl iedereen expert wordt in geluidsgolven en mysterieuze pakketjes. Toch blijft de kern saai: schade aan een woning, veel vragen, weinig antwoorden. We weten dat het maandag 27 oktober was, ’s avonds, op een verder doodnormale gracht van stoeptegels. De rest is ruis, maar ruis vult prettig het gat tussen twee pushmeldingen.
Getuigen gezocht, logica gevonden?
De oproep aan getuigen is tegelijk geruststellend en onthullend. Geruststellend, omdat er kennelijk nog zoiets bestaat als burgers die kijken, onthullend omdat er ondanks alle camera’s en slimme deurbellen nog steeds mensenogen nodig zijn. Misschien heeft iemand iets gezien dat op een filmset verdacht gewoon zou heten: een scooter die te langzaam reed, een capuchon die de wind trotseerde, een tas zonder duidelijk doel. We weten niet veel, maar we weten dat zien belangrijker blijft dan scrollen.
De routine van het uitzonderlijke
Het wrange is hoe routineus het uitzonderlijke aanvoelt. De straatnaam verandert, de rituelen niet. Er wordt gemeten, gefluisterd, geveegd; journalisten schrappen het woord ‘onaangekondigd’ uit hun intro omdat het inmiddels impliciet is. Ondertussen schuifelen bewoners langs het lint en doen ze alsof het lint hen geruststelt, terwijl het vooral aangeeft waar je niet moet zijn als je wél iets wil weten. We noemen het ‘een incident’, omdat ‘een patroon’ zoveel vragen oproept waar niemand een werkdag voor vrijmaakt.
Misschien is dat wel de ongemakkelijke les van Gershwinrode: we willen dat iemand iets gezien heeft, zolang wijzelf maar niet hoeven te kijken. Getuigen gezocht, zeker; maar ook aandacht gezocht, betrokkenheid gezocht, geheugen gezocht. De sirenes doven, het lint wordt opgerold, de stoep keert terug naar zijn keurige, kille rechtheid. Wat achterblijft, is de vraag of we de volgende keer weer opschrikken, of eindelijk besluiten niet alleen te luisteren naar de knal, maar ook naar de stilte erna. In Zoetermeer, natuurlijk.


















