Woensdag 10 december, Zoetermeer. De politie treft een hennepkwekerij aan aan de Industrieweg. Geen aanhoudingen. Onderzoek gaat verder. Als de Nederlandse nieuwsagenda een wekker had, zou hij precies op dit moment afgaan: tijd voor de vertrouwde drieklapper van routine, verbazing-voor-de-vorm en een zuchtend slotakkoord. Een kwekerij zonder kwekers — het is bijna poëzie, maar dan in TL-licht.
Industrieweg: waar groei een andere betekenis krijgt
Meerdere ruimtes vol middelen die “betrekking hebben op een hennepkwekerij”: carbonfilters als geurkaarsen voor gevorderden, reflecterende wanden die meer zien dan wij, tijdschakelaars die gehoorzamen als brave honden. Een stille set, klaar voor de volgende scène, maar de hoofdrolspelers zijn verdwenen. Je kunt haast het instructieboekje vermoeden: stap 1, zet neer; stap 2, verdamp. De Industrieweg levert het decor—functioneel, anoniem, perfect voor gewassen die niet van daglicht houden.
Geen aanhoudingen, wel een draaiende molen
“Vooralsnog geen aanhoudingen” is de mooiste dubbele bodem in het politiejargon: niemand gepakt, maar de belofte dat morgen alles anders zal zijn. Het onderzoek gaat verder—natuurlijk doet het dat. Onderzoek gaat altijd verder, net zoals files groeien en koffie afkoelt. De lege ruimtes fluisteren minstens zoveel als getuigen: iemand had hier plannen, iemand liet hier sporen achter, iemand vond de achterdeur logischer dan het front.
De voorspelbaarheid van de strijd
Ergens tussen beleid en praktijk waaiert de realiteit uit als ventilatieducten langs een plafond. We zetten meldingen in persberichten, tikken vinkjes, herhalen ritualen: inval, inventaris, inventarisatie van de inval. Op de Industrieweg — een straat die al klinkt als een handleiding — wordt ‘groei’ in kilowatt en kilo’s gedacht, terwijl de wijk vooral stilte terugkrijgt. Het dossier groeit, de planten niet meer. Iets is bereikt; wat precies, blijft doorgaans onuitgesproken.
Wat blijft hangen
Wat je meeneemt uit zo’n hal is minder tastbaar dan filters of lampen. Het is de geur van mogelijkheden die net te laat zijn uitgezet, de echo van logistiek die ooit soepel liep. De apparatuur wacht nu op opslag, de ruimte op een nieuwe bestemming, het verhaal op de volgende herhaling. We kennen de woorden al voordat ze zijn uitgegeven; de komma’s liggen op vaste plekken.
Misschien is dat het meest kenmerkende: de keurige voorspelbaarheid waarmee we een complex vraagstuk toedekken met drie zinnen en een vervolg dat zelden leest als een ontknoping. Aan de Industrieweg werd een kwekerij gevonden; aan de andere kant van de stad zucht iemand opgelucht, of juist niet. De dag rolt door, het onderzoek ook. En ergens tikt een tijdschakelaar na, alsof hij het slotakkoord vergeten is.


















