Het nieuws van vandaag kwam binnen met de subtiliteit van een drilboor: een aankondiging die belooft alles te veranderen, terwijl hij vooral bevestigt dat weinig verandert. De gezichten waren ernstig, de woorden zorgvuldig gekneed, en toch voelde het als het zoveelste seizoen van een serie die allang had moeten eindigen.
Grote woorden, kleine lettertjes
Men sprak over urgentie met de kalmte van iemand die een brand blust met een plantenspuit. Targets, roadmaps, taskforces; het vocabulaire van de daadkracht, netjes geperst in slides. Ondertussen kropen de voorwaarden als voetnoten door de achterdeur: zodra, mits, behoudens onvoorziene omstandigheden. Het trapeze‑werk zonder vangnet bleek achteraf vooral een demonstratie van juridisch koorddansen.
De belofte-industrie draait door
We hebben het gezien: proefprojecten die eeuwig proeven, pilots die nooit landen, evaluaties die alleen evalueren of er nog budget is voor een volgende evaluatie. Het persmoment bood theater met dezelfde rekwisieten: belang, verantwoordelijkheid, toekomst. De enige innovatie was het synoniemgebruik; het beleid bleef verdacht herkenbaar. Zelfs de verontwaardiging leek geoutsourcet, keurig gefactureerd per quote.
Transparantie op klaarlichte dag, maar met dimmer
Er kwam een dashboard, natuurlijk. Grafieken die geruststellen zoals een kalmeringsmuziekje in een turbulente vlucht. Data, zo werd verzekerd, zouden spreken. Alleen fluisterden ze in een dialect dat uitsluitend consultants verstaan, en tegen u en mij zongen ze vooral slaapliedjes. Meetbaar werd verward met merkbaar, en ambitie met animatie.
Wie betaalt, bepaalt de bijzin
De vraag naar verantwoordelijkheid werd beantwoord met doorverwijzingen. Markt, burger, overheid: iedereen was in charge, dus eigenlijk niemand. De rekening wordt traditioneel doorgeschoven naar later, dat mysterieuze land waar ook alle beloften wonen. Intussen schuifelt het nu achterwaarts de geschiedenis in, keurig op rijm met het vorige nu.
Misschien is dat de echte boodschap: ons leren applaudisseren op commando, voor beleid dat vooral belooft dat er later geklapt zal worden. We krijgen cijfers als comfortfood en plannen als slaapmaskers. En toch, cynisme is een luxe die we ons niet kunnen blijven veroorloven. De ironie is nuttig als breekijzer, niet als meubelstuk. Morgen is er weer nieuws; met een beetje geluk is het geen herhaling, maar een pilot die eindelijk landt. Laat het lawaai van de aankondiging wijken voor het stille, compromisloze geluid van iets dat echt begint. Tot die tijd volstaat een eenvoudige maatstaf: minder aankondigen, meer doen; minder dashboards, meer daden; en als het echt niet anders kan, dan graag stilte, zodat we het verschil kunnen horen wanneer iets wél werkt.


















