Advertisement

Brandstichting aan de Akkerdreef: een BMW als onbedoeld buurtbaken

Zondagavond in Zoetermeer, 22:20. De meeste mensen zetten thee, een enkeling zet het journaal op, en iemand — met een opvallend gebrek aan hobby’s — zet een witte BMW aan de Akkerdreef in lichterlaaie. De politie zoekt getuigen. Want vuurwerk na Driekoningen is toch echt een tikkeltje te ambitieus.

De BMW als buurtbaken

Een wit model, zeggen we er even bij. Wit — de kleur van zuiverheid, leasecontracten en parkeervakken. Na zondag is dat palet uitgebreid met roetzwart en smeltgrijs. De vlammen trokken aandacht, zoals vlammen dat doen, en de straat werd in één klap een openluchtvoorstelling met rookmachines en zwaailichtdecor.

We doen in Nederland graag alsof dit uitzonderlijk is, een zeldzaam hoofdstuk in het boek der absurditeiten. Maar het voelt ondertussen pijnlijk alledaags: een auto als lont in het kruitvat van buurtpraat. ‘Heb jij iets gezien?’ ‘Nee hoor, ik keek naar mijn scherm.’ De modernste gordijnen zijn van pixels.

Getuigen gezocht (maar dan echt)

De oproep is simpel: wie iets verdachts zag rond 22:20 uur aan de Akkerdreef, wie camerabeelden heeft van een deurbel, wie een dashcam nog niet heeft overschreven — meld je. Niet in de wijkapp met speculaties en krokodillentranen, maar bij de mensen die er iets mee kunnen: de politie.

Verzamel feiten, geen fabels. Noteer tijdstippen, kleding, routes. Laat de internetdetective even thuis; die is goed in vingerwijzen en slecht in bewijs. Stilte voedt bravoure. Informatie snijdt brandgangen in het onkruid.

Veiligheidstheater vs. waakzaamheid

We houden van preventiecampagnes, ledverlichting en stoere borden met ‘samen letten we op’. Ondertussen kennen we onze buren alleen nog als wifi-netwerk. Waakzaamheid is geen appje, het is een gewoonte. Een straat waar mensen elkaar groeten, is minder aantrekkelijk als podium voor pyromane egotrips.

Natuurlijk, één dader is geen sociologisch manifest. Maar elke stille knik in het voorbijgaan, elk lampje dat op tijd aangaat, elke camera die niet alleen rook maar ook looprichting ziet, maakt de marge kleiner waar roekeloosheid zich in verstopt.

De straat als gedeelde verantwoordelijkheid

De Akkerdreef is geen decor, het is van vlees en steen, met bewoners die ’s avonds graag heel thuiskomen. Brandstichting is geen spektakel, het is schade, stank en schrik die dagen blijven hangen nadat de rook is opgetrokken. Dat is niet dramatisch; dat is feitelijk.

Wie zondag iets zag: laat het horen. Wie niets zag: kijk morgen bewuster op, niet alleen omlaag. Het verschil tussen een wijk die schrik slikt en een wijk die grenzen stelt, zit niet in slogans maar in kleine, consequente aandacht. En soms begint die met het simpele besluit om elkaars straat ook een beetje de jouwe te maken.