Advertisement

De Grote Aankondiging: Hoe we weer applaudisseren voor lege dozen

Er klonk tromgeroffel, er was confetti, en ergens zuchtte een spreadsheet. Het nieuws van de dag arriveerde met de energie van een productlancering en de inhoud van een leeg notitieboekje. We moesten het vooral voelen: dit was “historisch”, “ambitieus” en, mijn favoriet, “inclusief”—dat woord dat tegenwoordig als peterselie over elke communicatieschotel wordt gestrooid.

Het spektakel van de aankondiging

Het decor was zorgvuldig gepoetst: een rij microfoons die vertrouwen moest uitademen, een LED-scherm vol pijlen die onverklaarbaar omhoog keken, en een spreker die glimlachte alsof de toekomst alvast was doorgeföhnd. Woorden als “transformatie” en “veerkracht” dartelden voorbij, terwijl details zich vermomden als bijzaak. Op vragen over het ‘hoe’ volgden woordenwolken met de dichtheid van parfumreclames—duur, glanzend, en totaal niet voedzaam.

Cijfers als confetti

Er werden bedragen genoemd die tegelijk geruststellend rond en comfortabel abstract klonken. Tientallen miljoenen “vrijgemaakt”—uit welke lade, vroeg niemand echt door. Grafieken lieten een keurige stijgende lijn zien, maar de voetnoten waren in een lettertype geprint dat alleen door adelaars en accountants te onderscheiden valt. Het was de illusie van precisie: meetlinten over luchtkastelen.

De experts op tv

In de studio zaten de vertrouwde koppen. De ene expert zei dat we “niet naïef” moesten zijn, de andere dat het “een stap in de goede richting” was, wat doorgaans betekent dat we nog steeds stilstaan, maar nu met richtinggevoel. Er werd ernstig geknikt. Het publiek thuis knikte mee, uit gewoonte of duizeligheid, dat bleef onduidelijk.

Wie betaalt het applaus?

De rekening—wat een spannende bijrol—zal ergens tussen burgers, gemeenten en een handvol consultancyfacturen gevonden worden. De kosten worden “gespreid”, wat betekent dat iedereen een hapje neemt en niemand ooit vol raakt. Intussen komt er een taskforce, een regiegroep en minstens drie dashboards. Transparantie, zo werd benadrukt, al was het glas opmerkelijk vaak beslagen.

Ondertussen op straat

In de rij bij de huisarts, op de krappe huurmarkt, en in de bus die weer eens niet rijdt, vraagt niemand om visiedocumenten. Men wil werkend beleid met minder pyrotechniek. Geen slogans die glanzen als autolak, maar besluiten die het trottoir halen zonder weg te zakken.

Morgen is er een nieuw persmoment en zullen nieuwe pijlen opnieuw omhoog wijzen. Misschien leren we het ooit: dat vooruitgang niet klinkt als applaus, maar als het zachte, koppige geritsel van papierwerk dat eindelijk klopt en mensen die merken dat er iets verandert—niet op het podium, maar in hun dag.