Maandagavond 27 oktober, het tijdstip waarop de afzuigkap nog nabrult en het journaal de laatste zinnen prevelt, werd de Gershwinrode in Zoetermeer plots de hoofdrolspeler in een film die niemand vroeg, maar iedereen herkent: een explosie bij een woning. En zoals het script voorschrijft, rolt de politie de tape uit en zoekt men getuigen. Want herinneringen zijn het nieuwe bewijsmateriaal.
De knal en de nasleep
De straat werd een tableau van blauwe en rode weerkaatsingen, een compositie van nat asfalt en nerveuze duimen boven buurtapps. Forensisch onderzoek hier, afzetlint daar, en een keurige oproep: heeft u iets gezien, gehoord, gefilmd, of anderszins opgeslagen in uw collectieve geheugen of cloud? De routine is bijna troostrijk, ware het niet dat er eerst iets moest knallen om het ritueel te starten.
Getuigen gezocht, vanzelfsprekend
Het is 2025 (of voelt in elk geval zo), dus de kans dat een deurbelcamera de halve straat in 4K heeft vastgelegd is groter dan dat iemand nog gewoon uit het raam keek. Toch blijft de menselijke waarneming onmisbaar: “Ik hoorde een harde klap,” zal iemand rapporteren, “en toen was het ineens heel stil.” Dat is het nou met explosies: ze zijn genereus in volume en zuinig met uitleg.
De straat als decor
De Gershwinrode, keurig tussen stoeptegels en gezinswagens, werd even een set. Een vergeten fiets, een gescheurd gordijn, glasscherven die het lantaarnlicht vangen alsof ze auditie doen voor een juwelenreclame. Ondertussen loopt de stad op kousenvoeten: nieuwsgierigheid heeft geen sirene, maar iedereen hoort ’m.
Veiligheidstheater op de stoep
We kennen de choreografie: lint, pionnen, een koffiebeker op de motorkap, en een verslaggever die “rust in de wijk” zegt met de zekerheid van een weerbericht. Toch is de vraag oprecht: wie zag wat, wanneer, en met welke context? Tussen geruchten en pushberichten ligt ergens een bruikbaar detail. Daar drijft een onderzoek op: niet op drama, maar op data en kleine waarheden.
Wat dit zegt over ons
We willen graag dat straten alleen naar componisten heten en niet naar gebeurtenissen die dreunen. Maar steden zijn archieven van geluid: iemand laat de hond uit, iemand zet de vuilnis buiten, iemand hoort een explosie. En daarna delen we het verhaal, tikken we het nummer van de politie en hopen we dat dit een eenmalige noot was in een verder brave partituur.
Dus ja, als u iets merkte bij de Gershwinrode die avond, vertel het. Niet omdat sensatie honger heeft, maar omdat stilte niets oplost. De stad is van iedereen, ook van de mensen die vannacht graag gewoon willen slapen zonder te schrikken van hun eigen schaduw. En eerlijk: hoe minder reprises, hoe beter de voorstelling.


















