Vandaag kregen we weer zo’n verheven moment waarop machtige mensen in nette pakken doen alsof geschiedenis live ontkurkt wordt. Er waren beloftewoorden, een slogan die op een mok past, en grafieken die uitsluitend omhoog durven. Het rook naar belang, klonk naar urgentie, en voelde als… een confettikanon gevuld met beleidsjargon.
De ceremonie van het schijnbare
Microfoons glommen, camera’s zoemden, en iemand bediende een klikker alsof hij kernfysica aan het dirigeren was. We kregen doelen voor 2030, mits pilots slagen en taskforces niet verzuipen in hun eigen post-its. Voor de zekerheid was er ook een roadmap, want niets zegt “we weten wat we doen” zoals pijltjes die naar rechts wijzen.
De cijfers die alles en niets zeggen
Tabellen verschenen als goocheltrucs: percentages die in het luchtledige hangen, gemiddelden zonder context, en een y-as die zorgvuldig is gemasseerd zodat vooruitgang op vooruitgang lijkt. KPI’s schitterden, dashboards gonsden, en accountability werd tot theatersport verheven. Wat is groei zonder tegenvraag? Precies: een pijltje met zelfvertrouwen, zonder bestemming.
De burger als decorstuk
In het publiek zat de zogenaamde ‘praktijk’: drie citaten van focusgroepen, keurige mensen die op georkestreerde momenten knikken. Hun verhalen werden ingekort tot soundbites die soepel door talkshows glijden. Empathie klonk als een ringtone: herkenbaar genoeg om te lijken te leven, functioneel genoeg om niemand te storen.
Wie wint er eigenlijk?
Ergens tussen de belofte en de powerpoint liggen de echte winnaars: adviseurs met factuurvriendelijke urgenties, lobby’s die acroniemen als dekbed gebruiken, en draaideuren die draaien zoals beloofd. Het probleem heet complex, de oplossing heet modulair, en de verantwoordelijkheid heet “gedeeld”, wat doorgaans betekent: van niemand en van iedereen tegelijk.
Wat we morgen niet zullen horen
Niets over randvoorwaarden die buiten beeld vielen, of bijlagen die pas na de stemming opduiken. Geen update over mislukkingen die we “leerpunten” noemen zolang niemand ze hoeft te voelen. We horen stilte over ruis, en ruis over stilte. Ondertussen tikt de tijd, die zelden een persmoment plant.
Misschien is het simpel: luister minder naar beloftevolume en meer naar frictie. Kijk niet naar de pijlen, maar naar wat er buiten de slide beweegt. Vraag naar data mét tegenspraak, naar geldsporen die niet in slogans passen. En als de confetti neerdaalt, tel dan niet de kleuren maar de gevolgen die op de vloer blijven liggen.


















