Om 01.15 uur, ergens tussen woensdag en donderdag, werd de Europaweg in Zoetermeer weer even wat hij te vaak is: een podium waar snelheid, ontwerp en menselijke kwetsbaarheid elkaar ontmoeten. Een eenzijdig ongeval, zo heet dat klinisch, en de bestuurder overleed. De feiten zijn sober, de stilte minder. Sirenes zwellen aan, linten gaan dicht, en de straat doet alsof ze het niet zag aankomen. Natuurlijk niet.
Een nacht die we al kennen
De routine is bijna troostend, als je van cynisme houdt: meldkamer, zwaailichten, afzetting, onderzoek. Daarna volgt het persbericht – strak, beleefd, leeg van emotie. “Eenzijdig ongeval.” Alsof de weg onpartijdige toeschouwer was en wij toevallig voorbijgangers. Maar wegen zijn geen neutrale decors; ze fluisteren, duwen, verleiden. Soms schreeuwen ze zelfs. En wij doen alsof we doof zijn, zolang de ochtendspits gewoon doorrolt.
De taal van het ‘eenzijdig’ ongeval
‘Eenzijdig’ klinkt keurig, bijna efficiënt. Het suggereert dat alleen de bestuurder aanwezig was in het verhaal. Geen reflectoren die misleiden, geen bocht die uitnodigt, geen rijbaan die breed genoeg is om hardop te dromen. We hebben woorden gevonden die pijn wegpoetsen. Handig, zo kun je beleid uitstellen zonder dat het hard klinkt.
Een weg die uitnodigt
De Europaweg is de beleefde ober die te veel schenkt: brede rijstroken, genereuze zichtlijnen, verlichting die snelheid een onschuldige glans geeft. Overdag lijkt het allemaal redelijk, ’s nachts verschuift de werkelijkheid. Contrast verdwijnt, snelheid voelt lichter, en één seconde onoplettendheid weegt ineens tonnen. Het gevolg noemen we dan weer ‘eenzijdig’. Zo houden we het gezellig.
Cijfers die we liever fluisteren
Nederland is trots op zijn verkeersveiligheid, en terecht. Maar nachten kennen hun eigen statistieken. Op rechte, ogenschijnlijk vergevingsgezinde wegen gebeuren klappen die niemand ‘zag aankomen’. Tot je naar de patronen kijkt: te ruim, te snel, te weinig prikkels die remmen zonder te straffen. Het zijn geen mysteries, hooguit ongemakkelijke waarheden.
Wat nu?
We kunnen wachten op het volgende “incident”, of we kunnen de toneelvloer herinrichten: snelheden omlaag waar de weg dat vraagt, optische versmalling, middengeleiders die fouten vergeven, belijning die ’s nachts echt spreekt, en signalering die waarschuwt zonder te verblinden. Vision Zero is geen slogan; het is een vorm van beleefdheid die het tot in asfalt en ontwerp redt.
Er komt vast een bos bloemen aan de vangrail, misschien een kaars. Het ritueel is bekend en oprecht. Maar als we willen dat de stilte werkelijk minder wordt, dan ruilen we symboliek voor keuzes die mensen ongeschonden thuis laten komen. Niet omdat het spektakel anders te duur wordt, maar omdat de weg ons allang vertelt wat hij nodig heeft – we hoeven alleen nog te luisteren.


















