Er werd deze week met tromgeroffel een plan onthuld dat, naar verluidt, alles eenvoudiger, eerlijker en vooral “toekomstbestendig” zou maken. De usual suspects namen plaats achter plexiglas en PowerPoint, met grafieken zo glad dat je er op zou kunnen schaatsen. De belofte? Minder gedoe voor burgers, meer daadkracht voor bestuurders, en nul euro extra kosten. Want wie heeft er nog realiteit nodig als je ook framing en een stevig lettertype kunt inzetten?
Wat er werkelijk stond
Onder de laag vernis lag een vertrouwd recept: verschuif verantwoordelijkheden naar beneden, noem het ‘autonomie’, en zet een deadline die net ver genoeg weg ligt om applaus te krijgen. De cijfers klonken prachtig — mits je de voetnoten overslaat. Daar verstopten zich de ‘optimalisaties’: minder loketten, omdat er straks minder hulp is; kortere doorlooptijden, omdat er minder wordt bekeken. Het is efficiëntie zoals fastfood: snel, goedkoop, en je krijgt later spijt.
Retoriek versus realiteit
Journalisten stelden vragen, beleefd maar scherp. Antwoorden kwamen in volzinnen die klonken als muziek: participatie, innovatie, co-creatie. Je kent het repertoire. Ondertussen bleef de kern onaangeroerd: wie betaalt de rekening, wie draagt het risico, en wat gebeurt er als het misgaat? De oplossing was even elegant als leeg: pilots. Want niets zegt ‘we weten wat we doen’ als een proefballon die we daarna vergeten zodra de camera’s uit zijn.
En de burger? Die werd opnieuw tot KPI omgedoopt: tevredenheidsscore omhoog, klachten omlaag, klaar is Kees. Dat je daarvoor drempels verhoogt en loketten digitaliseert alsof iedereen IT-consultant is, is een detail. Transparantie betekent tegenwoordig een dashboard met groene vinkjes; verantwoording is een infographic. Wie vragen heeft, mag ze stellen via een chatbot die luistert, knikt, en niets doet.
De kunst van het labelen
Het mooiste is het taalspel. Herverdeling heet nu ‘modernisering’, bezuinigen ‘slanke dienstverlening’, en het schrappen van waarborgen ‘wegnemen van belemmeringen’. Knap hoe een woordensliert beleid kan verkleden tot vooruitgang. Het publiek krijgt een gevoel van beweging, de machinerie blijft waar zij is. Het enige dat echt verandert, is de brochure: glanzender, dikker, en met een slogan die nog dagenlang nagalmt in je hoofd.
Misschien is dat wel het stille genie van dit alles: je hoeft niets op te lossen zolang je het verhaal beheerst. Maak het groot, maak het glanzend, maak het onvermijdelijk. En als iemand wijst op de gaten, noem het ‘complex’ en beloof een evaluatie. Over zes maanden. Tegen die tijd hebben we vast een nieuw plan om te bewonderen — met andere pijlen, andere kleuren, dezelfde uitkomst.


















