Advertisement

Lijnbaan, zaterdagavond: iedereen keek, niemand zag

Je kent het script: een winkel, een zaterdagavond, een korte schrikgolf die door Zoetermeer trekt. Op 22 maart, Lijnbaan: een overval, niemand gewond — het soort winst waarop je opgelucht zucht. De politie vraagt om getuigen en camerabeelden; de stad kijkt terug via deurbel- en dashcamlenzen. Veiligheid als crowdsourcing: iedereen Sherlock, niemand verantwoordelijk.

Een overval zonder slachtoffers, maar met vragen

De melding kwam die avond vlot binnen. Eén verdachte, zo luidt het, en een winkel die de nacht haalde. De oproep is klassiek: wie zag iets op of rond de Lijnbaan, wie heeft beelden? Het klinkt als een refrein na elk incident. Dat niemand gewond raakte is troost, maar ook een herinnering aan hoe dun die troost is.

De stille camera als buurtgenoot

De camera is onze stilste buurtgenoot; hij onthoudt wat wij vergeten. Deurbel, dashcam, intercom—een koor van koude ogen. Handig, ja. En toch wringt het: beelden zonder context zijn puzzelstukjes met te veel lucht. We hebben randen en hoeken, maar missen het midden. Zonder duiding blijft bewaking vooral een spiegel.

De verdachte (19) en de rek van de rechtsstaat

Op 16 april werd een 19-jarige verdachte aangehouden, zonder vaste woon- of verblijfplaats. Verdachte: dat woord vraagt vet en voorzichtigheid. Een arrestatie is geen eindpunt maar een komma. Tot er meer duidelijk is, hoort de toon ingetogen te zijn. Snelle zekerheden zijn verleidelijk, maar zelden waar.

Wat we wel weten—en wat niet

Wat gebeurde er precies in de winkel? Was er dreiging, of vooral de suggestie? Welk tijdsvenster moeten getuigen nalopen op hun telefoon? Welke route volgde de dader? Persberichten antwoorden beleefd, niet volledig. Intussen vult de verbeelding de gaten met geruchten, en vergroot de stad vooral zichzelf.

Veiligheid als toverwoord

Na elk incident blaast het koor: meer toezicht, meer camera’s, meer van alles. Maar veiligheid is geen voorraadkast. Ze ontstaat uit heldere informatie, beproefde opsporing en buren die elkaar kennen, niet alleen elkaars pixels. Beelden helpen—zeker—maar zijn hulpmiddel, geen heilige graal. Willen we zien, of vooral zéggen dat we gezien hebben?

Kijk dus mee, wie daar liep op de Lijnbaan, die zaterdagavond in maart. Deel wat je hebt met de politie, niet met de roddel. Op het natte plaveisel spiegelen nog de blauwrode strepen; ergens zakt een rolluik iets zachter. De stad ademt uit, kijkt even om—niet om te staren, maar om beter te begrijpen wat we zagen.