Zoetermeer sliep, maar de Europaweg niet. Rond 01.15 uur, op de grens tussen woensdag en donderdag, ging het mis: een eenzijdig ongeval, een personenauto, één bestuurder die het niet navertelt. De nacht is goed in het bewaren van geheimen, maar dit soort stilte maakt ze pijnlijk hoorbaar.
Een stil incident dat luid schreeuwt
Het is merkwaardig hoe een rechte weg, lampen aan, borden netjes, toch verandert in toneel. Geen tegenligger om de schuld te geven, geen spectaculaire kettingreactie, alleen één auto en een harde grens aan toeval, snelheid en aandacht. We doen graag alsof infrastructuur en menselijk gedrag twee losse hoofdstukken zijn; de nacht schrijft ze consequent in dezelfde alinea.
Infrastructuur versus snelheidscultuur
De Europaweg is zo’n weg die uitnodigt: breed, overzichtelijk, bijna een suggestie. Meer rijstrook is niet automatisch meer vergevingsgezind. Bochten “die je wel kent”, middenbermen “die het wel opvangen” – het zijn de kleine misverstanden waar de verkeerskunde al decennia op hamert en wij stug naast door rijden. Intussen blijven we verkeer reduceren tot keuzevrijheid, tot de gaspedalen die we zelf zo weloverwogen bedienen. Tot het misgaat, en dan noemen we het pech.
De 01.15‑uurs werkelijkheid
Er is iets aan de nachtelijke uren dat onze perceptie elastisch maakt. Vermoeidheid, routine, lege banen asfalt die doen geloven dat de wereld even pauze heeft. Alleen wetten van massa en snelheid kennen geen nachtarrest. Een eenzijdig ongeval klinkt administratief: vakje aan, formulier af. Maar achter die term verschuilt zich een botsing waar geen tegenstander valt te demoniseren. Dat maakt het eenzaam, en des te confronterend.
Het theater van het nieuws
We weten hoe dit gaat: pushbericht, foto van zwaailichten, een citaat van de politie, een tijdstip. De rest vullen we in met aannames en vermoeid gebruikte clichés. Het publiek wil richting, het algoritme wil snelheid; reflectie is, helaas, minder klikbaar. Toch is dit precies het moment waarop we oncomfortabele vragen zouden moeten stellen over inrichting, snelheid, handhaving en de chronische onderschatting van ‘korte stukjes’ naar huis.
Cijfers, hekken en bloemen
Na afloop volgen de rituelen: dranghekken, markering op het wegdek, misschien later een bos bloemen bij een lantaarnpaal. We stappen er de volgende dag omheen en doen door. Maar iedere stille botsing is ook een luid verzoek om minder symboliek en meer consequent beleid. Minder optisch comfort, meer echte foutmarge. Minder “het zal wel meevallen”, meer wegontwerp dat uitgaat van menselijke beperkingen. De nacht op de Europaweg herinnert ons eraan dat veiligheid niet ontstaat uit spijt achteraf, maar uit keuzes die we durven maken voordat het weer 01.15 uur is.


















