Vandaag kregen we weer zo’n persmoment dat vooral het idee van duidelijkheid verkocht, niet de duidelijkheid zelf. Er was ‘radicale transparantie’, zorgvuldig geserveerd met vijf slides, zes disclaimers en een QR‑code naar een pagina die morgen ongetwijfeld herschreven is. De gezichten waren ernstig, de zinnen rond, en de microfoons talrijker dan de antwoorden. We kregen commitment, kaders en ‘lessons learned’—allemaal keurig verpakt in taal die niets zegt en alles bedekt.
Transparantie, maar dan in tegenlicht
De kleine lettertjes gloeiden als vuurvliegjes: we delen alles, behalve wat we niet kunnen delen, en wat we wel delen kan nog veranderen. Het is dat soort glashelder water waarin je pas na de slok merkt dat het troebel was. KPI’s worden ‘herijkt’, doelen ‘gecalibreerd’, en verantwoordelijkheid ‘gezamenlijk gedragen’—zodat niemand hem werkelijk draagt. Het is een choreografie van woorden waarin elk stapje bedoeld is om vooral niet te struikelen over de feiten.
De cijfers doen een wals
Grafieken dansten voorbij in ritmes die je net niet kunt tellen. Een procentje erbij, een promille eraf, en plots ziet de horizon er hoopvol uit—mits je je ogen half dichtknijpt. Methodologie heet hier het toverwoord: zodra de context verandert, verandert ook de uitkomst. De curve glimlacht, de trend buigt, en de werkelijkheid wordt vriendelijk gevraagd om even mee te bewegen voor de foto.
De boodschap in bubbeltjesplastic
Spindoctors polijsten zinnen tot ze glad genoeg zijn om nergens achter te blijven haken. Woorden als ‘balans’, ‘evenredig’ en ‘stapsgewijs’ liggen als stoeptegels in een park dat er prachtig uitziet zolang je niet probeert ergens te komen. Een belofte is hier vooral een uitnodiging tot uitstel: gisteren was te vroeg om te weten, morgen precies op tijd om uit te leggen waarom het vandaag niet lukt.
Ondertussen, het publiek
Op de stoep buiten vouwt iemand de krant terug naar de weerkaart. Binnen klinkt beschaafd applaus; buiten waait het gewoon. De ene helft van het land hoort bevestiging, de andere hoort ruis, en niemand hoort de vraag die onder tafel is geschoven: wie draagt dit wanneer de lichten uitgaan? Men nipt aan nuance zoals aan lauwe koffie: het vult, het verwarmt een beetje, maar het wekt niemand wakker.
Misschien is dit de ware kunst: spreken tot stilte. Je zegt genoeg om te lijken te zeggen wat gezegd moest worden, en net te weinig om te moeten doen wat gezegd is. Intussen blijft de waarheid geduldig in de coulissen wachten, handen in de zakken, blik op oneindig—tot iemand het lef heeft de lampen anders te richten en gewoon te vertellen wat er is, zonder rook, zonder spiegels, zonder begeleidend praatje.


















