Er is niets zo geruststellend als weten dat je agenda tot 2032 gevuld is met afspraken die je nooit zult nakomen. We noemen het “time management”, alsof tijd een nerveuze stagiair is die je met genoeg dashboards en piepjes in het gareel krijgt. Intussen groeit de to-do-lijst sneller dan bamboe en voelt je aandacht als een gratis buffet voor elke notificatie met honger.
De app als amulet
We installeren apps alsof ze talismannen zijn. Met elk nieuw icoontje beloven we onszelf een betere versie: productiever, gefocuster, een soort monnik met deadlines. De realiteit? Je opent de app, verschuift taken van vandaag naar morgen, van morgen naar ooit, en noemt dat strategie. Het is management-theater, maar dan met confetti van pushberichten. De interface fluistert: jij hebt controle. De batterijindicator lacht zachtjes: natuurlijk heb je dat.
To-do-lijsten die jouw to-do-lijst opeten
De moderne to-do is geen lijst, het is een ecosysteem. Tags, kleurcodes, sub-taken, afhankelijkheden, prioriteiten die dringendheid simuleren omdat echte urgentie onbeleefd is. We besteden een kwartier aan het kiezen van het juiste icoon voor een taak die drie minuten duurt. En wanneer het vakje eindelijk groen wordt, vieren we het met het aanmaken van drie nieuwe taken die het momentum zorgvuldig wurgen. Productiviteit als perpetuum mobile: veel beweging, nul verplaatsing.
Notificaties als kantoormuzak
Ping, pling, buzz: de soundtrack van het hedendaagse denken. We doen alsof we multitasken, terwijl we eigenlijk micro-teleporteren tussen onvoltooide gedachten. Elke melding claimt urgentie met een rood stipje dat visueel schreeuwt. We hebben filters, focus-modi en een digitale do not disturb, maar we zetten ze uit omdat we anders iets zouden missen—waarschijnlijk een kloppend hartje bij een commentaarthread over de kleur van een grafiek. De hele dag is een brandalarm dat oefent voor de echte brand die nooit komt.
Misschien is het tijd om de technologische aquarel eens te laten drogen. Niet door het hele arsenaal te verbranden, maar door het instrument weer instrument te laten zijn. Eén lijst, één klok, één stille telefoon die zich gedraagt als een telefoon en niet als een gokautomaat. En dan het onvoorstelbare proberen: een taak afmaken zonder erover te praten, te tracken of te gamificeren. Je weet wel, werken. De ironie is dat rusteloos streven naar controle precies is wat ons de controle ontneemt—en dat de echte winst schuilt in het weglaten van alles wat zo hard beweert onmisbaar te zijn.


















