Er is iets poëtisch aan hoe oplichters onze modernste veiligheidslagen met een simpel telefoontje in twee minuten fileren. In de Rembrandtstraat in Zoetermeer – ja, die – verloor iemand op maandag 19 mei ruim 12.000 euro aan een babbeltruc die zichzelf bankhelpdeskfraude noemt. Klinkt bijna chic. Het recept: een zelfverzekerde stem, een vleugje urgentie, en de geruststellende belofte dat alles zo weer veilig is. Behalve dan je saldo.
De babbeltruc als meesterwerk
Het werk begint met spoed: er is ‘verdachte activiteit’ gezien, of een ‘onregelmatigheid’ die je bank graag met je wil oplossen. Meteen even inloggen, een code bevestigen, nog een code – u kent het ritueel. Desnoods stuurt men je geld naar een ‘beveiligingsrekening’. Het is retoriek in hoogglans: autoriteit, tijdsdruk en technobabbel. De moderne variant van de man met pet aan de deur, maar dan met spoofed nummer, keurige articulatie en overtuigende achtergrondgeluiden.
Waarom we vallen voor de val
Omdat het systeem ons erheen duwt. We zijn getraind op pushnotificaties, piepjes en legitimiteitsvlaggetjes. ‘Bel ons direct’, ‘Bevestig nu’, ‘Je veiligheid is onze prioriteit’ – zoveel prioriteit dat we, uit angst het verkeerde te doen, precies doen wat verkeerd is. Autoriteitsbias en paniek zijn geen karakterfouten; het zijn gereedschappen waar oplichters dagelijks mee werken.
De Rembrandtstraat, licht en schaduw
Het is bijna thematisch: in een straat genoemd naar de meester van clair-obscur verricht de fraudeur zijn kunst in halfduister. Een schermpje als kaarsvlam, een stem die belooft het licht aan te doen. En ondertussen verdwijnt het geld in de schaduw.
Beveiliging of toneelstuk?
Banken werpen sloten, sleutels en twee-factor-toeters op, maar zolang nummerspoofing en psychologische druk legaal aanvoelen, blijft het veel theater. Ja, protocollen helpen – tot iemand met een zijdelings beleefd ‘we helpen u even’ dwars door de coulissen loopt. De technologie faalt zelden; het verhaal wint bijna altijd.
Vijf minuten weerstand, duizenden euro’s bespaard
– Hang op en bel zélf je bank via een officieel nummer dat je zelf opzoekt.
– Deel nooit codes, pincodes of toegang tot je telefoon. Nooit.
– Sla ‘beveiligingsrekeningen’ over; dat is geen ding, dat is een val.
– Zet overboekingslimieten laag en activeer vertraagde overboekingen.
– Laat je niet haasten: echte banken respecteren pauzeknoppen.
– Krijg je toch iemand aan de lijn? Vraag om een afspraak aan de balie. Fraudeurs haten daglicht.
Weet vooral dit: de schuld ligt bij de dader, niet bij de dag die je net had, de kinderen die lawaai maakten of de notificatie die te overtuigend leek. Maar zolang we accepteren dat een scherm elk nummer kan nadoen, laten we het spel op hun voorwaarden spelen. Misschien is het tijd dat telecom en banken de spoed uit de fraude halen: minder instant, meer frictie. Rembrandt wist het al – in scherp licht worden de trucjes zichtbaar. Dus zet het licht feller. En als de stem aan de lijn belooft dat het veilig is? Luister naar de stilte na het ophangen; die liegt tenminste niet.


















