Advertisement

Urban tuinieren met blauw zwaailicht: Zoetermeer’s meest verlichte kas

In een land dat wereldkampioen kassen bouwen is, is het bijna ontroerend voorspelbaar dat zelfs de industriële ziel van Zoetermeer aan urban tuinieren doet. Alleen, waar de doorsnee moestuin door buurtcomités wordt bewaterd, komt hier de irrigatie van een ander soort hand: de lange arm van de wet, uitgerust met een zaklamp en een notitieblok.

Aan de Industrieweg in Zoetermeer trof de politie op woensdag 10 december een hennepkwekerij aan. In meerdere ruimtes werden diverse middelen gevonden die duiden op teeltactiviteiten. Aanhoudingen? Vooralsnog niet. Het onderzoek gaat verder, zoals onderzoeken dat doen: netjes, geduldig en met de beleefde blik van iemand die weet dat er meer is dan het eerste wat je ziet.

Een industrieterrein met groene vingers

Het romantische beeld van een kantoortuin krijgt hier een herfstige wending. Geen sanseveria naast de printer, maar apparatuur die elk klimaat nabootst waar een plant van kan dromen. Niet dat we precies weten wat er stond, maar wie ooit de catalogus van het binnenkweek-utopia heeft doorgebladerd, kent het palet: lampen met een identiteitscrisis tussen zon en maan, buizen die fluisteren dat lucht ook carrièrekansen zoekt, timers die punctueler zijn dan de NS op een zomerse zondag.

De afwezigen sprekend aanwezig

Er zijn geen aanhoudingen verricht, een zin die zweeft als een parfum van afwezigheid. Alsof het decor zijn acteurs heeft afgeleerd. De stilte was vast voorbeeldig; ze is zelden verdacht, tot iemand haar in beslag neemt. Ondertussen noteert de politie, fotografeert, labelt en inventariseert. De rest van ons tikt het nieuws weg en knikt: bekend recept, nieuwe locatie, zelfde bijsluiter.

Plantkunde versus papierwerk

De spanning tussen wat groeit en wat mag, is in Nederland een oeroude soap. We perfectioneren de techniek, discussiëren over de regels, en laten het middenveld vullen met situaties die vragen om de eeuwige tussenkomst van waarschuwingen, invallen en het woord ‘onderzoek’. De plant is ondertussen onbewogen: ze kent geen strafblad, alleen licht, water en de tijd die we haar geven.

Misschien is dat de ware ironie van de Industrieweg: dat we industriële perfectie loslaten op een groen domein waar beleid en praktijk elkaar blijven nadoen in een eindeloze pas-de-deux. Vandaag een vondst, morgen een dossier, overmorgen een leeg pand met keurige zegels. En ergens, buiten frame, groeit de vraag rustig door. We kunnen het licht uitdoen, de deur dichttrekken en het dossier mappen, maar het verhaal kent zijn eigen groeicyclus—en die heeft zelden genoeg aan één oogst.